Hoe voorzie ik een warm plekje voor mijn hond in de winter?
Valerie, onze dierenarts bij PharmaPets, geeft elke week een inkijk tijdens haar consultatie.


Valerie, onze dierenarts bij PharmaPets, merkt het elke jaar opnieuw: zodra de temperaturen dalen, beginnen baasjes zich vragen te stellen.
"Zou hij het koud hebben?" "Is dat bibberen normaal?" "Moeten we iets aanpassen in huis?"
Niet elke hond reageert hetzelfde op de kou. Sommige zoeken vanzelf warmte, andere blijven doorgaan terwijl ze afkoelen. Herken wanneer je hond koud heeft en wat je kunt doen om hem comfortabel en veilig de winter door te helpen.
Welke honden hebben sneller last van kou?
Niet elke hond is even goed beschermd tegen lage temperaturen. Factoren zoals ras, leeftijd, lichaamsgrootte en vacht spelen een grote rol. Kleine honden, puppy's en honden met een korte of dunne vacht verliezen sneller warmte dan grotere of langharige rassen.
Typische signalen dat je hond het koud heeft
- rillen of bibberen
- onrustig gedrag, vooral na het wandelen
- vaker tegen mensen of andere dieren aan kruipen
- een andere slaaphouding, strak opgerold
- minder zin om te rusten op zijn vaste plek
Ook binnenshuis kan kou een rol spelen. In de winter is de lucht droger, de vloer kouder en zijn er vaker temperatuurschommelingen. Wat voor jou comfortabel aanvoelt, kan voor je hond net te fris zijn.


Heeft elke hond extra warmte nodig?
Honden die weinig extra warmte nodig hebben
Dit zijn honden met een dikke ondervacht en een groter lichaamsvolume, zij zijn van nature goed geïsoleerd. Ze houden hun lichaamswarmte efficiënter vast en hebben het binnenshuis zelden koud. Extra warmte kan bij deze honden zelfs leiden tot ongemak of rusteloosheid.
Honden die sneller afkoelen
Honden met een korte of dunne vacht, een klein lichaam, weinig onderhuids vet of een jonge of oudere leeftijd verliezen sneller warmte. Voor hen is een goed geïsoleerde, warme rustplek binnenshuis geen overbodige luxe, zeker in de winter.
Kijk naar het gedrag van je hond
Het ras geeft een eerste indicatie, maar het gedrag van je hond is doorslaggevend. Zo voorkom je dat je onnodig warmte toevoegt of net te weinig ondersteuning biedt.
Lichaamstemperatuur en onderkoeling bij de hond
De normale lichaamstemperatuur van een hond ligt tussen 38 en 39°C. Koelt een hond teveel af, dan kan hij onderkoeld raken (hypothermie). De signalen van onderkoeling herken je zo:
- Tillen of bibberen dat niet stopt
- Onrustig of juist lusteloos gedrag
- Koude oren, poten en staart
- Langzame ademhaling of zwakke hartslag in ernstige gevallen
Bij lichte onderkoeling helpt een warme, goed geïsoleerde rustplek en eventueel een hondenjas tijdens wandelingen. Ernstige gevallen vereisen direct contact met de dierenarts.
Moet mijn hond een jas dragen?
Kleine rassen, honden met een dunne vacht, of oudere honden die sneller afkoelen, hebben vaak baat bij een extra laagje warmte tijdens winterse wandelingen. Vertoont je hond volgende signalen? Dan kan een jas helpen:
- Trillen tijdens of na een wandeling
- Tegen je aan kruipen om warmte te zoeken
- Onrustig gedrag of snel terug naar binnen willen
Honden met een dikke vacht, zoals husky's, hebben meestal geen jas nodig.
3 tips om je hond binnen warm te houden tijdens de winter:
Maak een knus en afgebakend plekje
Kies voor een mand met opstaande randen in plaats van enkel een kussen. Die randen houden lichaamswarmte beter vast en geven een gevoel van geborgenheid.
Vermijd tocht en koude ondergronden
Plaats de slaapplek niet bij buitendeuren, ramen of op koude tegels. Tocht verlaagt de gevoelstemperatuur aanzienlijk, ook als het huis verwarmd is. Twijfel je? Verplaats de mand een paar dagen en observeer waar je hond het liefst gaat liggen.
Kies de juiste maat (of meerdere)
Een te grote mand verliest sneller warmte, een te kleine kan oncomfortabel zijn. Sommige honden wisselen graag tussen languit liggen en opgerold slapen. Twee formaten aanbieden is geen overbodige luxe.
Honden en hun lichaamstemperatuur wetenschappelijk bekeken
Honden verliezen warmte vooral via poten, oren en buik. Kleine honden of honden met weinig vet koelen sneller af. Bij kou verbruikt het lichaam extra energie, wat leidt tot onrust en minder diepe slaap. Een warme, goed geïsoleerde rustplek is daarom een basisbehoefte, geen luxe.








